Differentieel type A vs. type B 2026: welke beveiliging kiest u?
RCD-types voor Belgische huishoudelijke installaties volgens AREI Boek 1 versie 06: type A, type B, DC-detectie, immuniteit en selectiviteit.
Differentieel type A vs. type B 2026: welke beveiliging kiest u?
Voor een Belgische huishoudelijke wisselstroominstallatie geldt als basis dat differentieelstroombeveiligingsinrichtingen volgens AREI Boek 1 versie 06 minstens type A moeten zijn. Dat maakt type A niet geschikt voor elk toestel en verplicht type B niet voor elk elektronisch toestel. Mogelijke foutstroomvormen, ingebouwde beveiliging en de handleiding van het concrete model bepalen samen de keuze.
Dit artikel behandelt huishoudelijke AC-installaties. De sinds 1 april 2026 opgenomen geaarde DC-stelsels zijn een afzonderlijk toepassingsgebied.
Golfvorm, verhoogde immuniteit en selectiviteit
Type AC, A, F of B beschrijft gedetecteerde foutstroomvormen. SI, HI of AP-R zijn fabrikantaanduidingen voor verhoogde immuniteit tegen bepaalde ongewenste uitschakelingen. Selectiviteit of tijdvertraging beschrijft het tijdgedrag tegenover een nageschakeld toestel en vereist een S-markering of gedocumenteerde tijdkarakteristiek. Een A-SI-toestel kan ogenblikkelijk zijn en is dus niet vanzelf selectief.
Overzicht van alle RCD-types
| Type | Detecteert | Toepassingsgebied |
|---|---|---|
| AC | Enkel zuivere wisselstroomfoutstromen | Voldoet niet aan de minimumklasse A voor nieuwe huishoudelijke installaties |
| A | Wissel- en pulserende gelijkstroomfoutstromen | Minimumklasse voor huishoudelijke installaties; toestelvoorschriften blijven gelden |
| A-SI | Zoals type A | Verhoogde immuniteit; niet automatisch selectief |
| B | Ook gladde gelijkfoutstromen | Als beveiligingsconcept en fabrikant dit vereisen |
| F | Bepaalde bijkomende mengfrequenties | Mogelijk voor specifieke eenfasige omvormerlasten |
Vier kenmerken die los van elkaar staan
Het type beschrijft alleen de foutstroomvorm. IΔn (bijvoorbeeld 30 of 300 mA) is de gevoeligheid voor residuele stroom. In (bijvoorbeeld 40 of 63 A) is de stroom die het toestel blijvend mag voeren en is geen overstroomaanspreekwaarde. Een zuivere differentieel heeft dus een passend gecoördineerde overstroombeveiliging nodig. Ook het afschakelvermogen of de voorwaardelijke kortsluitstroom moet bij de installatieplaats passen.
Controleer bovendien aantal polen, netspanning en bedrading. Alle actieve geleiders van de beveiligde kring lopen door de somstroomtransformator en nulgeleiders van verschillende differentieelgroepen mogen niet worden gemengd. De testknop test een interne toestelkring; hij meet geen aardingsweerstand en bewijst niet dat de volledige beschermingsmaatregel werkt. Daarvoor zijn de voorgeschreven metingen nodig.
Nieuw, gewijzigd of bestaand?
“Minstens type A” is de basis voor een nieuwe huishoudelijke installatie. Bij bestaande delen moeten datum, afwijkingen uit deel 8 en de omvang van wijzigingen of uitbreidingen worden onderzocht. Een aanwezige type AC mag dus niet zonder die analyse algemeen toelaatbaar worden genoemd, maar bewijst evenmin dat de volledige oude installatie automatisch onbruikbaar is.
Selecteer op toestel en kring, niet op een slogan
Een degelijke keuze begint bij de concrete kring. “PV is altijd type B” en “huishouden is altijd type A” zijn geen bruikbare ontwerpregels. Bij een warmtepomp kunnen compressor, bijverwarming en sturing verschillende fabrikantvoorwaarden hebben. Bij een PV-installatie zijn omvormertopologie, interne bewaking en het aansluitconcept bepalend. Bij een laadpunt moet duidelijk zijn of een RDC-DD is ingebouwd en met welk extern toestel die functie mag samenwerken. Als meerdere elektronische toestellen één differentieel delen, beoordeel dan ook hun gezamenlijke normale lekstromen en mogelijke DC-componenten.
Type F of B is niet eenvoudigweg “beter” dan type A. Een ruimer golfvormbereik vervangt niet de juiste gevoeligheid, nominale stroom, uitschakeltijd, overstroombeveiliging of bedrading. Een fabrikantvoorschrift voor één toestel mag evenmin zonder controle op een volledig bord worden toegepast. De hele keten van voedingspunt tot verbruiker moet coherent zijn.
Ongewenst uitschakelen eerst onderzoeken
Wanneer een differentieel schijnbaar willekeurig uitschakelt, is “een SI-versie plaatsen” geen diagnose. Controleer eerst isolatiefouten, vocht, gemengde nulgeleiders, normale lekstromen en bedradingsfouten. Pas daarna kan worden beoordeeld of een gedocumenteerde hoogimmuniteitsuitvoering geschikt is. Verhoogde immuniteit mag de vereiste persoonsbeveiliging niet verminderen.
Bij cascades zijn de coördinatiegegevens van de fabrikant belangrijker dan alleen de opschriften 300 en 30 mA. De voorliggende selectieve inrichting heeft een geschikte tijdkarakteristiek nodig; het toestel stroomafwaarts moet tijdig afschakelen. Houd bovendien voldoende marge tussen de som van normale lekstromen en de aanspreekzone.
Een gecombineerde aardlekautomaat (RCBO) kan differentieel- en overstroombeveiliging voor één eindstroombaan verenigen. Ook dan moet de golfvormklasse bij de belasting passen en blijft afstemming met een voorliggende differentieel nodig. Bij een afzonderlijke RCD beschermt de nominale stroom In niet tegen overbelasting. Voorbeveiliging, bordopbouw en mogelijke belastingsstromen moeten dus samen worden berekend.
Controleer niet alleen een commerciële productnaam. Datasheet en installatieschema moeten aantonen welke golfvormen worden herkend, of het toestel ogenblikkelijk of selectief is, welke kortsluitcoördinatie geldt en onder welke omgevingstemperatuur de nominale waarden gelden. Noteer de werkelijke referentie in het dossier zodat een latere wijziging niet op een onvolledige omschrijving als “30 mA type A” steunt.
Wanneer is Type B vereist?
Type B komt in beeld wanneer gladde gelijkfoutstromen mogelijk zijn en geen andere toegelaten beschermingscombinatie dit opvangt. Voor warmtepompen en PV-omvormers zijn de instructies doorslaggevend: foutstroomvorm, interne DC-bewaking, voorgeschreven extern type en de coördinatie van meerdere omvormers moeten bekend zijn. Uit „inverter” of „transformatorloos” volgt geen algemene type-B-plicht.
Wanneer volstaat Type A?
Type A is voldoende voor:
- Laadpunt met gecoördineerde DC-detectie: AREI 7.22.4.1.b verlangt per afgescheiden AC-kring een individuele differentieel van maximaal 30 mA. Daarnaast is ofwel een DC-bestendige inrichting, zoals een passend type B, ofwel een differentieel samen met residuele DC-detectie nodig, bijvoorbeeld type A plus RDC-DD. De voorzieningen mogen in installatie, laadstation of beide zitten; controleer de fabrikantcoördinatie.
- Gewone huishoudtoestellen: Wasmachine, vaatwasser, kookplaat, verlichting
- Stopcontactkringen: Standaard 30 mA RCD Type A
AREI-vereisten
| AREI Artikel | Vereiste |
|---|---|
| Art. 4.2.4.3_b | Aan het voedingspunt maximaal 300 mA; daarna gevoelige bescherming voor de opgesomde huishoudelijke kringen |
| Art. 4.2.4.3_b | Maximaal 8 eindkringen per 30 mA RCD |
| Art. 5.3.5.3_a | Differentieelstroombeveiliging in huishoudelijke installaties minstens Type A; aan het voedingspunt minstens 40 A nominale stroomsterkte |
| Art. 7.22 | Laadpaal: Eigen kring met geschikte RCD |
Selectiviteit respecteren
Een trap van 300 mA naar 30 mA garandeert geen selectiviteit. Verifieer de verhouding van de aanspreekstromen, een uitdrukkelijk selectieve of passend vertraagde karakteristiek vooraan, de toegelaten productcombinatie, uitschakeltijden en normale lekstromen. Verhoogde immuniteit vervangt deze coördinatie niet. Zonder bewijs mag niet worden beloofd dat alleen de groepsdifferentieel uitschakelt.
Praktische keuzevolgorde
- Bepaal kring en aangesloten toestellen.
- Leg AREI-basisbescherming en gevoeligheid vast.
- Lees per toestel de eisen voor foutstroom, DC-detectie en externe differentieel.
- Controleer bij cascades de concrete tijd-/stroomcoördinatie.
- Documenteer type, gevoeligheid, nominale stroom en eventuele vertraging.
- Laat de uitvoering door een erkend organisme keuren.
Bronnen en verwante artikelen
- AREI-regelgeving 2026
- Is 30 mA per stopcontact nodig?
- Laadpaal installeren volgens het AREI
- Start in PlanElec
Primaire bronnen: AREI Boek 1 versie 06, 4.2.4.3.b, 5.3.5.3.a en 7.22.4.1.b, en de FAQ van de Algemene Directie Energie bij het koninklijk besluit van 5 maart 2023. PlanElec registreert beschermingsgegevens, neemt ze op in het eendraadschema en de pdf en signaleert ondersteunde gevallen in een indicatieve zelfcontrole. Het vervangt geen professionele selectie of officiële keuring.