Nieuws

AREI-regelgeving 2026: De Belangrijkste Wijzigingen

Wat op 1 april 2026 werkelijk veranderde in het AREI en hoe u de gevolgen voor ontwerp, dossier en keuring beoordeelt.

Gepubliceerd op 2 januari 2026 Bijgewerkt op 29 augustus 2026 11 min

Wat sinds 1 april 2026 geldt

Het Belgische AREI — RGIE in het Frans — bestaat uit drie boeken. Voor huishoudelijke laagspanningsinstallaties is vooral Boek 1 van belang. Sinds 1 april 2026 geldt een nieuwe gecoördineerde versie van dat boek. Ze verwerkt het koninklijk besluit van 6 oktober 2025, gepubliceerd op 29 oktober 2025. Een erratum van 5 november verbeterde alleen de vormgeving van de publicatie en wijzigde de inhoud niet.

De officiële reikwijdte is smaller dan veel online samenvattingen doen vermoeden. De wijziging neemt geaarde gelijkstroomsystemen systematisch op in het reglement. Ze voegt DC-vormen van TN-, TT- en IT-stelsels toe, koppelt die aan bescherming tegen onrechtstreekse aanraking en past definities en verwijzingen in Boek 1 aan. De FOD Economie beschrijft die reikwijdte op de officiële publicatiepagina van het actuele AREI, waar ook het bindende gecoördineerde Boek 1 voor 2026 staat.

Dit is geen algemene herschrijving van alle woningregels. Een afzonderlijke laadkring, badkamervolumes, PV-documentatie en keuringsintervallen kunnen belangrijk zijn, maar zijn niet automatisch “nieuw in 2026”. De uitvoeringsdatum, de aard van de werken en het toepasselijke hoofdstuk van het gecoördineerde boek bepalen wat geldt.

De inhoudelijke wijziging: een systematische plaats voor DC

Fotovoltaïsche installaties, batterijen, DC-verdelingen en toestellen die energie kunnen terugleveren maken een uitsluitend AC-beeld van het gebouw ontoereikend. De tekst van 2026 breidt daarom de bekende stelselclassificaties uit naar geaarde gelijkstroomsystemen. TN, TT en IT beschrijven nog steeds de relatie tussen actieve geleiders, aarde en aanraakbare geleidende delen, maar de beveiligingsmaatregel moet passen bij de DC-bron, de aardingswijze en het afschakelgedrag.

Dat betekent niet dat elke woning een DC-net nodig heeft. Het betekent wel dat een gelijkstroomdeel dat verder gaat dan gewone interne toestelbekabeling, of een eigen geaarde verdeling vormt, niet als een klassieke AC-eindkring mag worden gedocumenteerd. De ontwerper moet minstens bepalen:

  • waar het DC-deel begint en eindigt;
  • of het van aarde gescheiden of bewust geaard is, en op welk punt;
  • welke actieve geleiders worden geschakeld en gescheiden;
  • welke maatregel op een isolatiefout reageert;
  • welke afschakelvoorwaarden bij het gekozen TN-, TT- of IT-stelsel horen;
  • welke fabrikantslimieten gelden voor spanning, polariteit, beveiliging en kabelroute.

Die antwoorden zijn projectspecifiek. Uit het woord “batterij” of “PV” volgt geen universeel aardingsstelsel of beveiligingstoestel. Een gekwalificeerde vakpersoon ontwerpt de oplossing; een erkend keuringsorganisme beoordeelt de voltooide installatie op basis van de geldende tekst en de voorgelegde bewijzen.

Wat geen nieuwe algemene plicht van 2026 is

Laadinfrastructuur

Het bijzondere hoofdstuk 7.22 voor conductieve laadinrichtingen bestond al vóór 2026. Het vereist onder meer een afzonderlijke eindstroombaan per aansluitpunt, een individuele bijkomende differentieelbescherming van maximaal 30 mA voor elke AC-kring en bescherming tegen gladde DC-foutstroomcomponenten. Of dat met een differentieel type B, een type A samen met geschikte DC-detectie of een andere conforme combinatie gebeurt, hangt af van de lader en de volledige beveiligingsketen. De handleiding van de fabrikant blijft doorslaggevend.

Bidirectionele laders, of laders die technisch bidirectioneel kunnen werken, brengen daarnaast netaansluitingsregels mee. Synergrid vermeldt dat ze onder C10/11 editie 2.4 vallen en een C10/26-typehomologatie nodig hebben. Zuiver unidirectionele laders van net naar voertuig hebben niet enkel wegens het laden van een auto een C10/26-homologatie nodig. Dat onderscheid staat op de Synergrid-pagina over decentrale productie-eenheden.

Badkamers

Bad- en doucheruimten blijven bijzondere ruimten onder het AREI. De volumes, IP-beschermingsgraden, toegelaten toestellen en differentieelbescherming moeten in hoofdstuk 7.1 van de actuele tekst worden nagegaan. De officiële omschrijving van de wijziging van 2026 ondersteunt geen algemene bewering over een “nieuwe zone 3”. Ook IPX5 geldt niet onvoorwaardelijk voor volume 1: de vereiste beschermingsgraad hangt onder meer af van het gebruik van waterstralen bij reiniging. Meet de werkelijke geometrie en vaste wateruitloop op in plaats van een vereenvoudigde internetafbeelding over te nemen.

Overspanning, PV en digitale stukken

Overspanningsbeveiliging, PV-beveiligingsconcepten en elektronische documenten vormen evenmin één nieuw pakket van 2026. Boek 1 bevat beginselen waarvan de toepassing afhangt van installatie, risico, materieel en uitvoeringsdatum. Dat een keuringsverslag elektronisch kan worden afgeleverd, is op zichzelf geen nieuwe elektrische beschermingsmaatregel. De actuele officiële tekst, de fabrikantdocumentatie en de beoordeling door een vakpersoon blijven bepalend.

Welke regels gelden voor een bestaande installatie?

De nuttige vraag is niet alleen “Hoe oud is het gebouw?”, maar “Wanneer is elk deel uitgevoerd en welke werken gebeuren nu?” Bestaande delen kunnen onder toepasselijke afwijkingen worden beoordeeld, terwijl een nieuw toegevoegde kring aan de actuele eisen moet voldoen. Een belangrijke wijziging of uitbreiding vereist vóór ingebruikname een gelijkvormigheidscontrole; die controle bestrijkt de werken en hun mogelijke invloed op het ongewijzigde deel.

De officiële FOD-pagina over huishoudelijke elektrische controles noemt de belangrijkste aanleidingen: vóór ingebruikname, na een belangrijke wijziging of uitbreiding, voor bepaalde vermogensverhogingen, bij verkoop van een wooneenheid en periodiek. Ze geeft een extra stopcontact op een bestaande kring als voorbeeld van een niet-belangrijke uitbreiding. De uiteindelijke indeling blijft afhangen van de werkelijke omvang.

Houd bij een renovatie daarom een beknopt wijzigingsoverzicht bij:

  1. inventariseer het bestaande werk en de gekende of geraamde uitvoeringsperiode;
  2. onderscheid nieuwe en ongewijzigde delen op de plannen;
  3. beoordeel de invloed van een nieuwe bron, batterij of lader op bord en beveiligingsketen;
  4. bespreek aannames met elektricien en keuringsorganisme;
  5. werk eendraadschema en situatieplan na uitvoering bij.

Wat het dossier voor de keuring bevat

Voor een huishoudelijke controle vraagt de FOD Economie minstens de eendraadschema's, situatieplannen en, indien beschikbaar, de EAN-code van de aansluiting. Het eendraadschema beschrijft kringen, onderlinge verbindingen en kenmerken van het elektrisch materieel. Het situatieplan lokaliseert verdeelborden, verbindings- en aftakdozen, contactdozen, lichtpunten, schakelaars, vaste machines en bronnen. De plannen horen bij het installatiedossier, samen met keuringsverslagen, beknopte beschrijvingen van niet-belangrijke wijzigingen en relevante technische documentatie, bijvoorbeeld van PV-materieel.

Bij een DC-systeem gaat bruikbare documentatie verder dan een toestelnaam. Ze vermeldt bron- en kabelreferenties, toegekende spanningen, polariteit, scheidingspunten, beveiligingstoestellen, het aardingsconcept en het bijbehorende fabrikantdocument. Een helder schema vervangt geen berekening of meting, maar zorgt dat eigenaar, installateur en controleur dezelfde installatie beoordelen.

Een praktische projectcontrole voor 2026

Werk in drie stappen vóór u materiaal bestelt of installeert.

Bevestig de reglementaire basis. Gebruik de gecoördineerde editie die geldt op de geplande uitvoeringsdatum. Een blogartikel is oriëntatie, geen rechtsbron. Bij onzekerheid hebben de publicatie van de FOD Economie en officiële interpretaties voorrang.

Bepaal het toepassingsgebied. Noteer of het om nieuwbouw, een belangrijke uitbreiding, een kleine wijziging, verkoop, periodieke controle of vermogensverhoging gaat. Leg bij een EV-lader ook de richting van de energiestroom vast. Bidirectionele capaciteit kan netverplichtingen activeren die voor een gewone unidirectionele lader niet gelden.

Verzamel bewijzen. Bewaar kabel- en beveiligingskeuze, fabrikantaanwijzingen, metingen en plannen samen. Documentatie van DC-componenten moet toegelaten aarding, gedrag bij foutstromen en scheiding behandelen. Zonder die gegevens is een grafisch volledig plan nog geen volledige technische verantwoording.

Versiebeheer in het project organiseren

Bewaar niet alleen een bestand met de naam “AREI”, maar noteer welke editie voor elke ontwerpbeslissing werd gebruikt. Een projectfiche kan uitvoeringsdatum, geraadpleegde boekversie, betrokken hoofdstukken, open vakvragen en beoordelaar bevatten. Loopt een ontwerp door na een wijziging, vergelijk dan gericht de betrokken onderwerpen in plaats van elke oudere beslissing blind te verwerpen.

Doe hetzelfde voor fabrikantdocumenten. Noteer model, variant, firmware indien relevant en documentdatum. Vooral omvormers, batterijen en laadpalen kunnen onder bijna dezelfde productnaam verschillend reageren op foutstromen, aarding of netfuncties. Een algemene brochure vervangt de handleiding van het werkelijk geplaatste toestel niet.

Scheid in een overlegverslag drie niveaus: de bindende AREI-tekst, de technische ontwerpkeuze van de vakpersoon en de regel die de softwarematige zelfcontrole ondersteunt. Ze kunnen overlappen, maar zijn niet identiek. Zo blijft duidelijk of iets wettelijk vereist, als goede praktijk gekozen of nog niet automatisch geëvalueerd is.

Laat vóór de keuring één verantwoordelijke de gedocumenteerde eindtoestand controleren. Dat is geen gelijkvormigheidsverklaring; het bevestigt enkel dat plan, toestelvariant en uitvoering gesynchroniseerd zijn. Werk die notitie na latere wijzigingen bij, zodat eigenaar en elektricien niet op een verouderde basis voortwerken.

Noteer ook datum en naam van deze interne controle in de projectfiche, zodat later zichtbaar blijft welke eindtoestand werd vergeleken.

Wat PlanElec ondersteunt — en wat niet

PlanElec ondersteunt de workflow van grondplan en elektrische topologie naar eendraadschema, situatieplan en PDF-export. De softwarematige zelfcontrole signaleert ondersteunde problemen die uit de ingevoerde gegevens kunnen worden afgeleid. Ze is geen gelijkvormigheidsattest en vervangt geen metingen, fabrikantbewijzen of plaatselijke omstandigheden.

De gedocumenteerde volledige reglementtekst is Boek 1 V06, van toepassing sinds 1 april 2026. De productvalidatie zet daarvan echter slechts een gedocumenteerde deelverzameling om in automatische regels. Vooral geaarde DC-TN-, TT- en IT-stelsels, de rollen van hun geleiders en de bijbehorende beveiligingslogica zijn nog niet volledig gemodelleerd. Zo'n project vereist dus professionele studie, bewijsstukken van het materieel en de officiële keuring. PlanElec helpt de informatie gestructureerd en consistent te houden; alleen een erkend keuringsorganisme geeft de officiële beoordeling.

Kort samengevat

De verifieerbare kernwijziging voor 2026 is de systematische opname van geaarde DC-stelsels in Boek 1. Ze verplicht niet elke bestaande woning tot een algemene retrofit en creëert geen nieuw totaalpakket voor laders, badkamers, SPD's en digitale documenten. Classificeer eerst de werken, raadpleeg de actuele officiële tekst en documenteer nieuwe AC- en DC-delen duidelijk. Zo krijgen elektricien en controleur een betrouwbare basis zonder het keuringsresultaat vooraf te beloven.

Structureer uw elektrische documentatie met PlanElec →