Handleiding

Laadpaal installeren volgens AREI: De complete gids voor België

AREI-vereisten voor laadpalen in België: eigen kring, differentieel- en DC-foutstroombeveiliging, kabelontwerp, documentatie en netvoorwaarden.

Gepubliceerd op 25 mei 2026 Bijgewerkt op 29 augustus 2026 8 min

De installatie van een laadpaal in België valt onder hoofdstuk 7.22 van Boek 1 van het AREI. Deze gids legt de belangrijkste ontwerpvragen uit; hij vervangt de handleiding van de fabrikant, de voorwaarden van de netbeheerder en de beoordeling door elektricien en erkend keuringsorganisme niet.

AREI-vereisten voor laadpaal (Art. 7.22)

Het AREI stelt volgende basisvereisten aan laadpaalinstallaties:

Eigen kring

De laadpaal moet over een eigen, toegewijde kring beschikken. Ze mag niet op een bestaande kring (bijv. stopcontacten in de garage) aangesloten worden. Deze toegewijde kring moet rechtstreeks van de verdeelkast naar de laadpaal lopen.

Aardlekschakelaar (differentieelbeveiliging)

Elke laadpaal heeft een eigen aardlekschakelaar (RCD) nodig. Het type aardlekschakelaar hangt af van de laadpaal (meer hierover verderop).

Automaat (disjoncteur)

Een juist gedimensioneerde automaat (MCB) beschermt de laadpaalkring tegen overbelasting en kortsluiting.

Overspanningsbeveiliging (SPD)

Art. 4.5.1 vereist algemeen de bescherming tegen overspanningen volgens de regels van het vak. In de praktijk wordt een centrale SPD in de verdeelkast geïnstalleerd, die alle kringen inclusief de laadpaalkring beschermt tegen overspanningen door blikseminslag of schakelingen in het net.

Eenfasig vs. driefasig: Welke laadpaal?

Eenfasig — 3,7 kW of 7,4 kW

Eigenschap3,7 kW (16A)7,4 kW (32A)
Aansluiting1-fasig, 230V1-fasig, 230V
Stroomsterkte16A32A
Kabeldoorsnede2,5 mm²6 mm²
Automaat20A type C40A type C
Laadtijd (50 kWh accu)~14 uur~7 uur

Voordelen eenfasig:

  • Goedkoper in installatie
  • Eenvoudigere bedrading
  • Voldoende voor de meeste huishoudens (nachtlading)

Nadelen eenfasig:

  • Beperkt laadvermogen
  • Bij 7,4 kW: mogelijke scheefbelasting (let op bij aanmelding)

Driefasig — 11 kW of 22 kW

Eigenschap11 kW (16A)22 kW (32A)
Aansluiting3-fasig, 400V3-fasig, 400V
Stroomsterkte3x 16A3x 32A
Kabeldoorsnede2,5 mm² (5G2,5)6 mm² (5G6)
Automaat20A 3-polig type C32A 3-polig type C
Laadtijd (50 kWh accu)~5 uur~2,5 uur

Voordelen driefasig:

  • Aanzienlijk sneller laden
  • Gelijkmatige lastverdeling (geen scheefbelasting)
  • Toekomstbestendig

Nadelen driefasig:

  • Duurdere installatie
  • Driefasige aansluiting aan verdeelkast nodig
  • Hogere materiaalkosten (dikkere kabels, duurdere beveiligingstoestellen)

Keuze volgens het project

Er bestaat geen universeel optimaal laadvermogen voor een eengezinswoning. Beschikbare fasen, aansluitvermogen, hoofdbeveiliging, gelijktijdige huislast, boordlader van het voertuig, dagelijkse energiebehoefte en eventueel lastbeheer moeten samen worden beoordeeld. Een hoger nominaal vermogen laadt niet sneller wanneer voertuig of aansluiting de lagere grens oplegt.

Kabel en zekering: De juiste dimensionering

Overzicht kabeldoorsnedes

VermogenKabeltypeDoorsnedeAutomaat
3,7 kW (1F, 16A)XVB 3G2,52,5 mm²20A type C
7,4 kW (1F, 32A)XVB 3G66 mm²40A type C
11 kW (3F, 16A)XVB 5G2,52,5 mm²20A 3P type C
22 kW (3F, 32A)XVB 5G66 mm²32A 3P type C

Belangrijk: Bij lange kabellengtes (>15m) moet de doorsnede mogelijk verhoogd worden om de spanningsval te beperken (AREI Art. 5.2.5 — spanningsverandering; Art. 5.2.1.2b — keuze van de leidingen). Plan de kabelroute vooraf en raadpleeg bij twijfel de spanningsvaltabellen.

Kabeltype

In België wordt voor vast aangelegde installaties doorgaans XVB-kabel gebruikt:

  • XVB 3G2,5 voor eenfasig 16A
  • XVB 3G6 voor eenfasig 32A
  • XVB 5G2,5 voor driefasig 16A
  • XVB 5G6 voor driefasig 32A

Bij plaatsing in een Preflex-buis komen VOB-afzonderlijke aders in aanmerking (H07V-U), waarbij de buis voldoende gedimensioneerd moet zijn.

Type aardlekschakelaar: Het belangrijkste beveiligingstoestel

De keuze van de juiste aardlekschakelaar is bij laadpalen bijzonder belangrijk — en kan aanzienlijke kostenverschillen veroorzaken.

Type A + ingebouwde DC-6mA-sensor (RDC-DD in de laadpaal)

Hoofdstuk 7.22 vereist bescherming tegen gladde DC-foutstroomcomponenten. Type A alleen biedt die functie niet. Wanneer de fabrikant voor de exacte laadpaal geschikte ingebouwde 6-mA-DC-detectie (RDC-DD) documenteert, kan die deel uitmaken van een oplossing met voorgeschakelde differentieel type A 30 mA. Neem die combinatie niet aan zonder productbewijs.

Het gekozen type A moet passen bij net, pooltal, nominale waarde en de gedocumenteerde voorwaarden van de laadpaal. Zonder die parameters is een prijsbereik geen betrouwbare raming.

Type B (als geen DC-sensor in de laadpaal)

Als uw laadpaal geen ingebouwde DC-foutstroomsensor heeft, hebt u een aardlekschakelaar type B nodig. Deze detecteert ook gelijkstroomfoutstromen (DC), die bij AC/DC-laders kunnen optreden.

Controleer de verklaring van de fabrikant over DC-foutstroomdetectie. Alleen een productbenaming bewijst niet dat laadpaal en voorgeschakelde differentieel samen een conforme beveiliging vormen.

Type A-SI (alternatief)

Een differentieel type A-SI kan volgens de fabrikant beter tegen bepaalde storingsimpulsen bestand zijn, maar vervangt op zichzelf niet de vereiste detectie van gladde DC-foutstromen. De gedocumenteerde beveiligingscombinatie is bepalend.

Overspanningsbeveiliging (SPD) — centraal voor de gehele installatie

Art. 4.5.1 vereist algemeen de bescherming tegen overspanningen volgens de regels van het vak. In de praktijk wordt een SPD (overspanningsbeveiliging) in de verdeelkast geïnstalleerd, die alle aangesloten toestellen inclusief de laadpaal beschermt tegen transiënte overspanningen. Het AREI noemt geen concreet "Type 2" — de type-aanduiding stamt uit de productnorm (IEC 61643-11).

Belangrijk: De SPD moet met een voorzekering (gR-zekering of MCB) beveiligd worden. Neem de fabrikantvoorschriften in acht.

Netbeheerder en richting van de energiestroom

Dit artikel leidt geen universele meldings- of aansluitdrempel af uit het nominale laadvermogen. Controleer vóór bestelling de actuele voorwaarden van de netbeheerder voor het adres. Houd EAN-code, aansluitingstype, gepland vermogen, fasen, lastbeheer en exacte productbeschrijving bij de hand.

Leg expliciet vast of energie alleen van net naar voertuig of in beide richtingen kan stromen. Synergrid vermeldt dat bidirectionele of technisch bidirectionele laders onder C10/11 editie 2.4 vallen en een C10/26-typehomologatie vereisen. Zuiver unidirectionele net-naar-voertuigladers vereisen onder die regel geen C10/26. Daaruit volgt niet automatisch dat geen andere melding, capaciteitsgrens of netbeheerdervoorwaarde geldt.

Leg het antwoord vast met exact model en fabrikantverklaring. Alleen teruglevering via software uitschakelen kan onvoldoende zijn wanneer het toestel technisch bidirectioneel blijft; Synergrid noemt ook die technische mogelijkheid uitdrukkelijk. Controleer de netvraag opnieuw na een wijziging van firmware, bedrijfsmodus of aansluitvermogen. Bewaar bevestiging, productgegevens en eventuele homologatiereferentie in het installatiedossier, zodat elektricien, netbeheerder en keuringsorganisme dezelfde variant beoordelen.

Documenteer vóór ingebruikname ook fasetoewijzing, ingestelde stroomgrens, lastbeheer en gedrag bij communicatie-uitval. Die bedrijfsparameters vervangen geen elektrische beveiliging, maar beïnvloeden wel het werkelijk gevraagde aansluitvermogen en moeten met het ontwerp overeenkomen.

Leg de opleverinstellingen samen vast

Maak voor elektricien, gebruiker en latere controleur een beknopt ingebruiknameblad. Noteer exact toestelmodel, geïnstalleerde firmware, een- of driefasige werking, maximale stroom, voorbeveiliging, differentieelconcept, DC-foutstroomdetectie en kabeltype. Bij dynamisch lastbeheer vermeldt u ook meetpunt, communicatiepad, gedrag bij uitval en de werkelijk ingestelde begrenzing. Wijkt een van die gegevens af van handleiding, schema of bordopschrift, laat de afwijking dan vóór gebruik verklaren en oplossen.

Bepaal ook wie instellingen mag wijzigen en hoe zo'n wijziging in het dossier terechtkomt. Een later verhoogde laadstroom kan kabel, beveiliging, aansluitcapaciteit en selectiviteit anders belasten dan de beoordeelde configuratie. Bewaar daarom het instellingenbewijs samen met foto's van de labels, technische fiche, conformiteitsdocumenten en keuringsverslag. Een toestelvervanging is meer dan een nieuwe behuizing: beveiligingscombinatie, communicatiemethode, laadwijze en mogelijke teruglevercapaciteit moeten voor het nieuwe model opnieuw worden beoordeeld. Zo blijft een elektrisch relevante software- of toestelconfiguratie niet onzichtbaar naast de plannen bestaan.

Eendraadschema actualiseren

Na de installatie van een laadpaal moet het eendraadschema van uw elektrische installatie geactualiseerd worden. De laadpaal wordt als eigen aftakking in het schema weergegeven:

Wat moet in het schema staan?

  1. Eigen kring vanaf de verdeelkast
  2. Aardlekschakelaar met type-aanduiding (A of B)
  3. Automaat met nominale stroom
  4. SPD (overspanningsbeveiliging)
  5. Laadpaalsymbool met vermogensaanduiding
  6. Kabelaanduiding (bijv. XVB 5G2,5)
  7. Fasetoewijzing (bij driefasig: L1/L2/L3)

PlanElec maakt het eenvoudig

PlanElec ondersteunt de documentatie van een laadpaal in het project:

  • Een laadpaalsymbool is beschikbaar voor de planweergave
  • De zelfcontrole kan ondersteunde gegevens over eigen kring, aardlekbeveiliging en SPD signaleren
  • De fasetoewijzing kan rechtstreeks ingevuld worden
  • De pdf-export neemt de in het project vastgelegde gegevens over

Kosten vergelijken op dezelfde technische scope

Een bruikbare offerte splitst laadpaal, beveiligingstoestellen, kabelroute, grondwerken, aanpassing van het bord, lastbeheer, ontwerp, keuring en eventuele netprocedure uit. De prijs hangt sterk af van toestel, lengte en bereikbaarheid, aansluitvermogen en het bestaande bord. Laat aanbieders daarom dezelfde technische omschrijving begroten; een vaste online prijsvork is geen betrouwbare projectraming.

Bewaar die technische vergelijking bij het projectdossier.

Veelgemaakte fouten vermijden

  1. Geen eigen kring: De laadpaal op een bestaand stopcontact aansluiten is niet alleen onveilig, maar AREI-strijdig.
  2. Verkeerd type aardlekschakelaar: Zonder DC-sensor in de laadpaal is een type B dwingend vereist.
  3. Overspanning niet beoordeeld: Of en hoe een SPD nodig is, wordt voor de volledige installatie beoordeeld en volgens de fabrikantvoorschriften gecoördineerd.
  4. Geen geactualiseerd eendraadschema: Elke wijziging aan de installatie moet in het schema gedocumenteerd worden.
  5. Netvoorwaarden niet nagegaan: Formaliteiten hangen af van netbeheerder en laadfunctie; bidirectionele of technisch bidirectionele toestellen vallen ook onder C10/11 en C10/26.
  6. Te dunne kabeldoorsnede: Vooral bij lange leidingwegen (>15m) de spanningsval in het oog houden.

Conclusie

Een laadpaal in België vereist een eigen kring per aansluitpunt, geschikte bijkomende differentieel- en DC-foutstroombeveiliging, een projectgerichte kabel- en beveiligingskeuze en bijgewerkte plannen. Goede documentatie maakt de installatie controleerbaar, maar garandeert geen positief keuringsverslag.

Officiële bronnen


Gerelateerde artikelen

Laadpaal in het eendraadschema documenteren

Met PlanElec documenteert u uw laadpaal in het eendraadschema en exporteert u het project als pdf. De zelfcontrole ondersteunt de voorbereiding, maar vervangt geen ontwerpberekening of officiële keuring. Nu starten →