30 mA-differentieel per stopcontact? Wat AREI Boek 1 V06 zegt (2026)
Een 30 mA-differentieel is niet per stopcontact en ook niet automatisch per kring nodig. Lees de regels van AREI Boek 1 V06 voor nieuwe en bestaande huishoudelijke installaties.
Kort antwoord: niet per stopcontact en niet per kring
Nee. Voor een nieuwe huishoudelijke installatie schrijft het AREI niet voor dat elk stopcontact een eigen 30 mA-differentieelschakelaar (RCD) krijgt. Het schrijft ook niet voor dat elke stopcontactkring een afzonderlijke RCD krijgt. Het gaat om bescherming van de betrokken stroombanen: één RCD met hoge of zeer hoge gevoeligheid kan meerdere eindstroombanen beveiligen. In de gewone uitvoering is dat een differentieel met een differentiële aanspreekstroom van ten hoogste 30 mA.
De keuze moet wel overeenstemmen met de aard van de kringen, de hoofdbeveiliging, de aarding en de installatiegegevens. Een draagbare stekkerdoos verandert niets aan de kring waarop ze is aangesloten.
AREI Boek 1 V06: de basis voor een nieuwe installatie
Deze toelichting is nagekeken tegen het lokale officiële AREI Boek 1 V06. Voor huishoudelijke installaties staat de hoofdregel in onderafdeling 4.2.4.3, punt b. Aan het begin van de installatie staat minstens één differentieel met een aanspreekstroom van maximaal 300 mA. Onmiddellijk stroomafwaarts daarvan komt minstens één differentieel met hoge of zeer hoge gevoeligheid (maximaal 30 mA) voor minstens de volgende groepen:
| Kring of plaats | Wat de regel betekent |
|---|---|
| Niet voor vaste toestellen bestemde stopcontacten | De gewone stopcontactkringen horen achter de gevoelige differentieel. |
| Verlichting | Ook verlichtingsstroombanen zijn in een nieuwe huishoudelijke installatie opgenomen. |
| Ruimten met bad en/of douche | De badkamerkringen vallen onder dezelfde beschermingsverplichting. |
| Wasmachine, droogkast en vaatwasser | Deze toestellen worden uitdrukkelijk genoemd. |
Per zo'n 30 mA-differentieel zijn maximaal acht eindstroombanen toegelaten. Dat is een limiet op stroombanen achter het toestel, niet op het aantal stopcontacten. Een installatie met zes geschikte eindstroombanen kan dus bijvoorbeeld met één 30 mA-differentieel worden uitgevoerd; twee groepen van drie kunnen ook een ontwerpkeuze zijn. De verdeling kan de gevolgen van een uitschakeling beperken, maar een tweede toestel is niet automatisch door het AREI vereist.
Dezelfde bepaling maakt onderscheid met kringen voor vaste of vast opgestelde toestellen, zoals een koelkast, elektrisch fornuis of elektrische verwarming. Die mogen volgens de opgesomde uitzondering per kring of groep aan een bijkomende differentieel aan het begin van de installatie worden gekoppeld. Dat is geen algemene vrijstelling om stopcontactkringen of verlichting achter 300 mA te zetten. Wasmachine, droogkast en vaatwasser staan juist bij de kringen die de gevoelige bescherming nodig hebben.
Acht stopcontacten per eindstroombaan
Onderafdeling 5.3.5.2, punt b, begrenst het aantal enkelvoudige of meervoudige contactdozen tot acht per eindstroombaan. De regel gaat dus over de eindstroombaan zelf, niet over één stopcontact per RCD.
Een meervoudig stopcontact is de vaste combinatie in of op de wand met bijvoorbeeld twee of drie aansluitmogelijkheden. Zo'n dubbel stopcontact telt als één meervoudige contactdoos in de betekenis van deze telregel, niet als een reden om een extra differentieel te plaatsen. Een losse, draagbare stekkerdoos of kabelhaspel is geen manier om meer vaste contactdozen te creëren: ze wordt gebruikt op één bestaand stopcontact en brengt geen extra kring of beveiliging mee.
Dezelfde paragraaf laat toe dat stopcontacten, verlichting en sommige andere vaste toestellen op één eindstroombaan worden gecombineerd. Een vast toestel, of een groep vaste toestellen die met één gemeenschappelijk bedieningstoestel wordt geschakeld, wordt daarbij als één stopcontact beschouwd. Toestellen met een eigen, volgens 5.2.1.2 vereiste kring vallen buiten die combinatie. De acht is daarom geen simpele telling van alle stekkers die ooit in een woning worden gebruikt.
Wat verandert er als de aardingsweerstand boven 30 ohm ligt?
De grens van 30 ohm is geen alternatief voor de 30 mA-regel. Als de spreidingsweerstand van de aardverbinding hoger dan 30 ohm is, vereist Boek 1 V06 minstens twee gevoelige differentieelschakelaars van het type dat voor de betrokken kringen wordt bedoeld. Elke differentieel mag dan ten hoogste zestien enkelvoudige of meervoudige contactdozen bevatten. Een vast toestel of een groep vaste toestellen met één gemeenschappelijke bediening mag voor die telling als één contactdoos worden beschouwd.
Daar komt een extra maatregel bij: de differentieelschakelaars aan het begin van de installatie moeten voor de kringen uit de uitzondering voor vaste toestellen, individuele scheidingstransformatoren en andere niet in de 30 mA-lijst genoemde kringen worden aangevuld met minstens één differentieel van maximaal 100 mA per kring of groep van kringen. Dat is een aanvullende bescherming; 100 mA vervangt de voorgeschreven 30 mA-bescherming van de gevoelige kringen niet.
Een meetwaarde van precies 30 ohm is dus niet hetzelfde als “boven 30 ohm”. Laat aardingsweerstand, selectiviteit en verdeling door een vakpersoon beoordelen; vervang zelf geen differentieel of aardverbinding.
Badkamer: 30 mA alleen is geen volledige badkameroplossing
Stroomkringen die een ruimte met bad en/of douche voeden, moeten volgens 7.1.4.3 door één of meer gevoelige differentieelschakelaars worden beschermd. Die toestellen moeten buiten de badkamer staan. Dezelfde beschermingsinrichting mag ook kringen in andere ruimten beschermen. Daarnaast blijven de zones 0, 1 en 2, de toegelaten beschermingsgraad van materiaal en de aanvullende equipotentiale verbinding afzonderlijke onderwerpen. Een 30 mA-differentieel maakt een stopcontact in een verboden zone dus niet automatisch toegestaan.
Boek 1 bevat overgangsbepalingen voor bestaande badkamers en voor projecten waarvan de uitvoering vóór 1 maart 2025 ter plaatse begon. Dat zijn gerichte afwijkingen voor bestaande delen en geen algemene regel voor een nieuwe badkamer. Ook de uitzondering dat een badkamerkring materiaal in een andere ruimte mag voeden, zegt niet dat alle andere badkamervereisten vervallen.
Overgang voor installaties gestart vóór 1 juni 2023
Voor bestaande delen van huishoudelijke installaties waarvan de uitvoering ter plaatse vóór 1 juni 2023 begon, bevat onderafdeling 6.5.8.1, punt 1, een specifieke afwijking; de conformiteitscontrole vóór ingebruikname vindt daarbij vanaf 1 juni 2023 plaats. Onder de voorwaarden van die bepaling mogen de in de punten 1 en 2 genoemde kringen in dienst blijven zonder de huidige gevoelige bescherming. Die afwijking kan ook gelden voor onbelangrijke wijzigingen of uitbreidingen aan die kringen. Ze laat eveneens toe dat meer dan acht eindstroombanen achter een gevoelige differentieel blijven en dat een bestaand schema met één differentieel voor alle verlichting en per andere kring of groep maximaal zestien enkelvoudige of meervoudige contactdozen behouden blijft.
Dit is geen automatische vrijstelling voor elke oude woning: bestaande delen, startdatum en controlevoorwaarden moeten kloppen. De toepassing wordt aan het erkende organisme meegedeeld en in het controleverslag vermeld. Bij een belangrijke wijziging of uitbreiding kan de hele oude installatie bovendien door de vereiste differentieel aan het begin worden beschermd. Een nieuwe installatie of project dat na 1 juni 2023 startte, kan deze overgang niet als standaardoplossing inroepen.
Geen garantie dat de stroom nooit uitvalt
Een differentieel schakelt uit wanneer hij een foutstroom detecteert. Dat is een veiligheidsfunctie, geen garantie op ononderbroken stroom. Lekstromen van toestellen, vocht, bekabeling of een defect toestel kunnen een uitschakeling veroorzaken. Een verdeling over meerdere RCD's kan de impact beperken, maar verhindert geen uitschakeling en bewijst op zichzelf geen conformiteit.
Eerst tekenen, dan laten controleren
Met PlanElec kunt u de stroombanen, differentiëlen en stopcontacten in de editor vastleggen, een PDF exporteren en een oriënterende zelfcheck uitvoeren. Die workflow helpt om gegevens en open punten zichtbaar te maken; ze is geen AREI-conformiteitsattest en vervangt geen ontwerpcontrole, meting of officiële keuring.