Handleiding

Situatieschema tekenen: Stap-voor-stap handleiding volgens AREI

Volledige handleiding voor een controleerbaar situatieschema: van grondplan en AREI-symbolen tot kringreferenties en vakcontrole.

Gepubliceerd op 30 maart 2026 Bijgewerkt op 29 augustus 2026 12 min

Het situatieschema (ook wel situatieplan of plan de situation) toont waar precies elk elektrisch onderdeel zich in uw gebouw bevindt. Voor een nieuwe huishoudelijke installatie en een belangrijke wijziging of uitbreiding wordt het samen met het eendraadschema opgesteld. Voor bestaande installaties en kleine wijzigingen gelden afgebakende regels; het erkende controleorganisme beoordeelt het concrete dossier.

Kort uitgelegd: Terwijl het éénlijnschema de logische schakeling weergeeft (welke schakelaar bedient welk lichtpunt, via welk circuit), toont het situatieschema de fysieke positie van elk onderdeel op het grondplan.

Deze handleiding legt stap voor stap uit hoe u een controleerbaar situatieschema voorbereidt. Alleen een erkend controleorganisme kan besluiten of het volledige dossier en de uitgevoerde installatie aan de voorschriften voldoen.


Stap 1: Grondplan voorbereiden

Afmetingen en schaal

Het grondplan vormt de basis van uw situatieschema. U kunt het overnemen van een bouwplan of zelf tekenen.

Belangrijk:

  • Gebruik een uniforme schaal (gebruikelijk: 1:50 of 1:100).
  • Teken alle muren, deuren en ramen in.
  • Markeer de openingsrichting van deuren (kwartcirkel) — dit beïnvloedt de schakelaarspositie.

Ruimtes labelen

Voorzie elke ruimte van een benaming en idealiter het oppervlak:

AfkortingRuimteTypisch oppervlak
WKWoonkamer25–40 m²
KEKeuken10–20 m²
SKSlaapkamer12–18 m²
BKBadkamer5–10 m²
HAHal/Gang5–15 m²
GAGarage15–30 m²
KLKeldervariabel
BUBuitenzonevariabel

Stap 2: AREI-symbolen gebruiken

AREI-tabel 2.23 geeft een niet-uitputtende lijst van symbolen. Staat voor een onderdeel geen symbool in de tabel, dan mag een ander eenduidig herkenbaar symbool worden gebruikt als de legende het definieert. Tien nuttige symboolgroepen voor het situatieschema zijn:

Nr.SymboolBeschrijvingGebruik
1⏚ Halve cirkelEnkel stopcontactWandpositie markeren
2⏚⏚ Dubbele halve cirkelDubbel stopcontactWandpositie markeren
3○ met kruisPlafondlampMidden van de ruimte/positie
4─○ met streepWandlampAan de wand
5SchakelaarstekenEnkelpolige schakelaarNaast de deur (openingszijde)
6Schakelaarsteken met 2 pijlenSerieschakelaarBedient 2 lichtpunten
7Schakelaarsteken met lijnWisselschakelaarTwee plaatsen, één licht
8Rechthoek met bliksemVerdeelkastMeestal hal/technische ruimte
9⏚ met PEAardingsaansluitingAardingspunt
10Cirkel met RRookmelderElke slaapkamer, hal, trappenhuis

Tip: Gebruik voor gangbare onderdelen de AREI-symbolen uit Tabel 2.23. Zijn afwijkende symbolen nodig, dan moeten die eenduidig zijn en in de legende worden toegelicht — niet-gedefinieerde of niet-toegelichte symbolen worden bij de keuring afgekeurd.


Stap 3: Componenten intekenen

Nu plaatst u de symbolen op het grondplan. Volgende regels helpen bij de correcte positionering:

Stopcontacten

  • Op de wand tekenen, op de werkelijke positie.
  • Keuken: Registreer echte werkstopcontacten en vaste toestellen apart; aantal en eigen kringen volgen uit gebruik en professioneel ontwerp.
  • Woonruimtes: Teken werkelijk geplande of aanwezige stopcontacten; het AREI legt geen algemeen aantal per oppervlakte op.
  • Badkamer: Laagspanningsstopcontacten pas vanaf zone 2 (alleen bij badkuipen; het stopcontact moet beveiligd zijn door een differentieelschakelaar met zeer hoge gevoeligheid ≤ 10 mA, of afzonderlijk door een scheidingstransformator met een maximaal vermogen van 100 W) of buiten de zones. Bij douches bestaat zone 2 niet (Art. 7.1.3.2 Nr. 3b, Art. 7.1.5.2d).
  • Buiten: Laat externe invloeden, vereiste IP-graad en toepasselijke 30 mA-beveiliging professioneel bepalen; een eigen RCD is geen algemene conclusie van het situatieschema.

Schakelaars

  • Naast de deur aan de openingszijde, ca. 105 cm hoogte (praktijkaanbeveling — het AREI schrijft geen specifieke schakelaarhoogte voor, maar vereist wel 'gemakkelijk bereikbaar').
  • Wisselschakelaars bij ruimtes met meerdere ingangen of aan het begin/einde van de trap.
  • Verbind schakelaars en bijbehorende lichtpunten met een stippellijn.

Verlichtingspunten

  • Plafondlampen in het midden van de ruimte of op de geplande positie.
  • Wandlampen op de wandpositie.
  • Teken alle werkelijk geplande of aanwezige lichtpunten; het aantal volgt uit gebruik en ontwerp.

Regionale brandveiligheidsinformatie

Rookmelders kunnen als afzonderlijke gebouwlaag worden toegevoegd. Vereisten verschillen volgens regio en gebruik en worden tegen de huidige bevoegde officiële bron gecontroleerd. Ze zijn geen algemeen inhoudsveld van het AREI-situatieschema en blijven herkenbaar gescheiden van elektrische kringreferenties.

Speciale verbruikers

  • Laadpaal (elektrisch voertuig): garage of buitenmuur, eigen circuit.
  • Boiler/Doorstromer: Eigen circuit, positie intekenen.
  • Warmtepomp/Airco: Buitenunit + binnenunit markeren.

Stap 4: Circuitnummers toewijzen

Elk onderdeel in het situatieschema krijgt hetzelfde circuitnummer als in het éénlijnschema. Dit is essentieel voor de toewijzing bij de keuring.

Zo werkt het:

  1. Het AREI identificeert elementaire kringen met een hoofdletter (A, B, C, ...) en de afzonderlijke elementen (lichtpunt, stopcontact) met een volgnummer — bijv. "A1, A2, ...".
  2. Schrijf deze aanduiding bij elk onderdeel in het situatieschema.
  3. Een vereenvoudigde doorlopende nummering (bijv. "K1" of "1") is in de praktijk gangbaar, zolang het éénlijnschema en het situatieschema consistent blijven.

Voorbeeld:

  • Circuit 1: Verlichting gelijkvloers → Alle lichtpunten op het gelijkvloers krijgen "1".
  • Circuit 2: Stopcontacten woonkamer → Alle WK-stopcontacten krijgen "2".
  • Circuit 3: Stopcontacten keuken → Alle KE-stopcontacten krijgen "3".
  • Circuit 4: Apart oven → Eén stopcontact met "4".

Belangrijk: De nummers moeten tussen éénlijnschema en situatieschema exact overeenkomen. Inconsistenties zijn een van de meest voorkomende redenen voor opmerkingen bij de keuring.

Documentatieplicht: Art. 9.1.2 Nr. 1 (éénlijnschema) en Art. 9.1.2 Nr. 2 (situatieschema/lageplan).


Stap 5: Legende en opschrift

Vul uw plan aan met:

  • Legende met alle gebruikte symbolen en hun betekenis.
  • Titelblok (cartouche) met: naam eigenaar, adres, datum, planmaker, schaal.
  • Noordpijl (optioneel, maar nuttig).
  • Verdiepingsaanduiding bij gebouwen met meerdere verdiepingen (één plan per verdieping).

Veelgemaakte fouten

FoutGevolgOplossing
Regionale brandregels als AREI-regel voorstellenVerkeerde keuringsbasisControleer apart tegen actuele regionale bron en label de laag
Elk buitenstopcontact gelijk behandelenExterne invloeden of bescherming kunnen fout zijnBeoordeel IP-graad en 30 mA-beveiliging per project
Ontbrekende opschriften / circuitnummersOpmerkingElk onderdeel nummeren
Niet-gedefinieerde/niet-toegelichte symbolenOpmerkingAREI-symbolen (Tabel 2.23) gebruiken; afwijkende symbolen eenduidig kiezen en in de legende toelichten
Schakelaar aan verkeerde deurzijdeOnpraktisch (geen AREI-overtreding)Openingsrichting controleren
Badkamerstopcontact in een verkeerde zone weergegevenPlan en uitvoering kunnen een veiligheidsbevinding opleverenLaat zones en bescherming volgens huidig hoofdstuk 7.1 professioneel controleren
Geen legendeOpmerkingSymbooltabel bijvoegen

Checklist voor indiening

  • Alle ruimtes gelabeld
  • Alle stopcontacten, schakelaars, lichtpunten ingetekend
  • Regionale brandveiligheidsinformatie, indien getoond, apart gecontroleerd en gelabeld
  • Buitenstopcontacten vastgelegd met projectspecifieke IP- en beveiligingsbeoordeling
  • Circuitnummers bij elk onderdeel
  • Nummers komen overeen met éénlijnschema
  • AREI-symbolen gebruikt (Tabel 2.23)
  • Legende aanwezig
  • Titelblok met naam, adres, datum
  • Eén plan per verdieping

Loop het plan na in het gebouw

Neem de tekening mee door het gebouw. Start bij de verdeelkast en volg elke kring. Controleer niet alleen of er een stopcontact staat, maar onderscheid meervoudig of geschakeld stopcontact, verbindingsdoos, vaste aansluiting en lichtpunt. Een schakelaarreferentie moet tonen welk lichtpunt of toestel wordt bediend. Punten achter vast meubilair, buitenpunten, technische ruimten en bijgebouwen worden vaak vergeten.

Vergelijk daarna het eendraadschema. A3 op het situatieschema moet hetzelfde element A3 in kring A zijn. Dubbele referenties, overgeslagen nummers en na de opname verplaatste toestellen veroorzaken tegenstrijdige documenten. Gebruik bij meerdere verdiepingen of gebouwen een heldere bladstructuur en behoud nummer, versie en versiedatum op elk uitgereikt plan.

Het situatieschema beschrijft de werkelijke installatie, niet alleen het ontwerp. Rond een wijziging pas af nadat ligging en positie ter plaatse zijn gecontroleerd. Bij een niet-belangrijke huishoudelijke wijziging kan Boek 1 een korte beschrijving toestaan in plaats van een nieuw eendraadschema; de wijziging of uitbreiding blijft wel op het situatieschema staan. Belangrijke wijzigingen of uitbreidingen vragen bijgewerkte plannen en een controle van de betrokken werken vóór ingebruikname.

Wat een symbool niet bewijst

Een symbool bewijst geen montagehoogte, beschermingsgraad, badkamerzone, aardingskwaliteit of uitschakeltijd. Daarvoor zijn plaatsbezoek, metingen en soms fabrikantdocumenten nodig. Rookmelderplichten komen bovendien uit regionale bouw- en woonregels en mogen niet als algemene AREI-planplicht worden voorgesteld. Ze kunnen nuttige gebouwinformatie zijn zonder de elektrische keuringsvraag te vervangen.

PlanElec koppelt toestelpositie en elektrische toewijzing in één projectmodel, maar elk voorstel moet worden nagekeken. Een niet-geplaatst toestel, een toestel zonder kring of een object dat alleen in een referentiebeeld staat, is niet afgewerkt. De zelfcontrole is indicatief en beperkt tot ondersteunde regels; het officiële oordeel ligt bij een erkend controleorganisme.

Officiële bron

Leesbaarheid in de uitgave

Exporteer het plan eenmaal op de bedoelde papiergrootte. Symbolen, referenties en ruimtegrenzen moeten zonder extreem zoomen leesbaar blijven. Verplaats overlappende labels met een duidelijke verwijslijn. Kleur mag helpen tijdens bewerking, maar kan niet de enige betekenis dragen omdat een keuringskopie zwart-wit kan zijn.

Houd een lijst bij van ontoegankelijke dozen, onbekende schakelrelaties en vermoedelijke trajecten. Los ze vóór de eindversie op of toon ze eerlijk als onbekend. Een gemarkeerde lacune is beter dan een symbool op een gegokte plaats. Laat ten slotte iemand anders enkele referenties tussen situatieschema, eendraadschema en kastlabel volgen.

Controleer ook dat vaste toestellen, bronnen en verdeelkasten niet verdwijnen achter algemene ruimtetekst. Een verwijslijn moet naar precies één object leiden. Bewaar bij correcties de vorige vrijgegeven versie, zodat duidelijk blijft welke ruimtelijke toestand eerder werd gecontroleerd.


Gerelateerde artikelen


Met PlanElec maakt u uw situatieschema rechtstreeks vanuit het grondplan — ruimtes tekenen, apparaten slepen en neerzetten, AREI-symbolen worden automatisch gebruikt. Nu gratis uitproberen →