Kabeldoorsnede per automaat: welke kabel bij welke zekering?
Lees Tabel 4.11 van AREI Boek 1 V06 correct: de wettelijke bovengrens is niet de volledige kabelberekening. Bekijk ook Tabel 5.1, oude EMCB- en EMCVB-leidingen en spanningsval.
Kabeldoorsnede per automaat
De beveiliging beschermt de leiding, niet het aangesloten toestel. Een automaat die te groot is voor de leiding kan de leiding bij overbelasting te lang laten opwarmen. De juiste keuze is echter meer dan een tabel opzoeken: de belasting, de leiding en de omstandigheden moeten samen worden beoordeeld. Hieronder staat wat AREI Boek 1 V06 wél uit Tabel 4.11 afleidt en wat een volledige dimensionering nog vereist.
Tabel 4.11 omgekeerd gelezen
Tabel 4.11 in onderafdeling 4.4.1.4 vermeldt voor huishoudelijke installaties per geleidersdoorsnede de maximale nominale stroom van een smeltzekering en van een leidingbeveiligingsschakelaar (automaat). De volgende omgekeerde weergave is dus een wettelijke tabelgrens voor de doorsnede, geen universele garantie dat elke kabelsituatie daarmee gedimensioneerd is.
| Automaat | Kleinste doorsnede die uit Tabel 4.11 volgt | Voorbeeld van gebruik |
|---|---|---|
| 10 A | 1,5 mm² voor vaste huishoudelijke kringen; 1 mm² staat wel in de tabel maar niet in Tabel 5.1 voor nieuwe vaste leidingen | Verlichting zonder stopcontacten |
| 16 A | 1,5 mm² volgens Tabel 4.11, maar stopcontactkringen hebben minstens 2,5 mm² volgens 5.2.1.2 | Verlichting of kring zonder stopcontacten |
| 20 A | 2,5 mm² als tabelgrens | Toegewijde eindkring, als alle andere controles dit toelaten |
| 25 A | 4 mm² | Eindkring met hogere belasting |
| 32 A | 6 mm² | Zwaardere toegewijde verbruiker |
| 40 A | 6 mm² | Voeding of zware eindkring, na volledige berekening |
| 63 A | 10 mm² | Voeding van een onderverdeling, na volledige berekening |
| 80 A | 16 mm² | Voedingsleiding, na volledige berekening |
| 100 A | 25 mm² | Voedingsleiding, na volledige berekening |
De relevante nuance bij 2,5 mm² is belangrijk: volgens Tabel 4.11 is 16 A de maximale nominale stroom voor een smeltzekering en 20 A voor een automaat. Dat maakt een 20 A-automaat op 2,5 mm² niet automatisch de juiste keuze. De plaatsing, de belasting, de spanningsval, de kortsluitvoorwaarden en het leidingtype blijven van belang. Bij een stopcontactkring blijft de minimumdoorsnede uit 5.2.1.2 gelden, ook wanneer een lichtere beveiliging wordt gekozen.
De volledige Tabel 4.11
| Doorsnede geleider | Max. smeltzekering | Max. automaat | Betekenis |
|---|---|---|---|
| 0,5 mm² | 2 A | 4 A | Alleen stuur-, controle-, meld- en meetkringen |
| 0,75 mm² | 4 A | 6 A | Ingebouwde kringen in verdeel- en schakelcombinaties |
| 1 mm² | 6 A | 10 A | Geen nieuwe vaste uitzondering in Tabel 5.1 |
| 1,5 mm² | 10 A | 16 A | Kringen zonder stopcontacten |
| 2,5 mm² | 16 A | 20 A | Algemeen toegelaten tabelcategorie |
| 4 mm² | 20 A | 25 A | Algemeen toegelaten tabelcategorie |
| 6 mm² | 32 A | 40 A | Algemeen toegelaten tabelcategorie |
| 10 mm² | 50 A | 63 A | Algemeen toegelaten tabelcategorie |
| 16 mm² | 63 A | 80 A | Algemeen toegelaten tabelcategorie |
| 25 mm² | 80 A | 100 A | Algemeen toegelaten tabelcategorie |
| 35 mm² | 100 A | 125 A | Algemeen toegelaten tabelcategorie |
De twee beschermingskolommen zijn niet uitwisselbaar. Een bestaande smeltzekering van 16 A vervangen door een automaat van 20 A is een verhoging van de toegelaten nominale stroom en vraagt dus een nieuwe beoordeling; de tabel zegt alleen dat beide waarden bij 2,5 mm² als maximum naast elkaar staan.
Waarom de tabel niet volstaat
Een correcte dimensionering begint bij de ontwerpstroom Ib: de verwachte stroom van de belasting. Daarna worden de nominale stroom In en de toelaatbare stroombelastbaarheid Iz van de leiding gekozen. Een gebruikelijke controle is Ib ≤ In ≤ Iz, samen met de vereiste eigenschappen van de beveiliging. Iz is geen vaste waarde die uitsluitend uit mm² volgt.
De berekening moet onder meer rekening houden met:
- het materiaal, de isolatie en de opbouw van de kabel of leiding;
- de plaatsingswijze (in buis, in isolatie, op een wand, in een bundel of in een kabelgoot);
- het aantal gelijktijdig belaste geleiders en de groeperingsfactor;
- omgevingstemperatuur, warmteafvoer en bijzondere invloeden;
- de lengte, de belasting en de toegelaten spanningsval;
- de uitschakelvoorwaarden bij kortsluiting en de beschikbare foutlusimpedantie;
- het uitschakelvermogen van de beveiliging tegenover de te verwachten kortsluitstroom.
De beveiliging moet dus niet alleen thermisch bij de doorsnede passen. Een lange leiding kan door spanningsval een grotere doorsnede nodig hebben. Een ongunstige plaatsingswijze kan de stroombelastbaarheid verlagen. En een automaat met voldoende nominale stroom kan nog altijd ongeschikt zijn als de foutlus geen snelle automatische uitschakeling garandeert of het kortsluitvermogen niet volstaat.
Tabel 5.1: de beperkte uitzonderingen onder 2,5 mm²
Onder 5.2.1.2 zijn geïsoleerde geleiders kleiner dan 2,5 mm² in principe verboden wanneer ze geen integraal deel van een machine of toestel zijn. Tabel 5.1 somt de uitzonderingen op:
| Minimum | Alleen voor |
|---|---|
| 1,5 mm² | Leidingen van kringen zonder stopcontacten, behalve een afzonderlijk stopcontact van maximaal 2,5 A dat in een verlichtingsarmatuur is ingebouwd |
| 0,75 mm² | In verdeel- en schakelcombinaties ingebouwde kringen die één enkel stopcontact voeden; de beveiliging moet voor die doorsnede geschikt zijn |
| 0,5 mm² | Stuur-, controle-, meld- en meetkringen |
De rij 1 mm² uit Tabel 4.11 is dus niet op zichzelf een toestemming voor een nieuwe vaste 1 mm²-leiding in een woning. De tabel bepaalt de maximale beveiliging wanneer die doorsnede volgens een toepasselijke regel mag voorkomen; Tabel 5.1 bepaalt hier het toepassingsgebied.
Bestaande EMCB- en EMCVB-leidingen van 1 mm²
Voor bestaande delen is Deel 8 relevant. Voor elektrische installaties waarvan de uitvoering ter plaatse vóór 17 mei 1986 werd aangevat, mag onder de voorwaarden van de afwijkingsbepaling een EMCB- of EMCVB-leiding van 1 mm² in dienst blijven wanneer ze deel uitmaakt van een kring zonder stopcontacten. De beschermingsinrichting moet aangepast zijn aan de doorsnede. Dit is een overgang voor bestaande installaties, geen voorschrift om vandaag 1 mm² nieuw te leggen. De exacte bestaande toestand, datum en documentatie moeten bij een controle aantoonbaar zijn.
Spanningsval: 3% en 5% zijn geen AREI-grens
Voor een voorcontrole worden vaak 3% voor verlichting en 5% voor andere eindkringen gebruikt. Dat zijn nuttige ontwerp- of rekenaannames, maar geen percentage dat AREI 5.2.5 als harde algemene grens voorschrijft. De bepaling verwijst naar de regels van het vak. Noteer daarom duidelijk dat 3% en 5% een onverbindende voorafgaande toets zijn. Bij een lange leiding, een motor, een laadpunt of gevoelige apparatuur kan een berekening volgens de concrete omstandigheden een grotere doorsnede vragen.
Praktische vraag: een oude zekering vervangen
Bij een bestaand circuit moet eerst worden vastgesteld welke leiding werkelijk ligt, hoe ze is geplaatst, welke belasting wordt verwacht en welke afwijkingen voor het bouwjaar gelden. Daarna kunnen de kolommen van Tabel 4.11 worden geraadpleegd. Voor 2,5 mm² is 16 A bij een smeltzekering en 20 A bij een automaat de tabelmatige bovengrens; dat is geen opdracht om de beveiliging te verhogen. Bij 1,5 mm² is de automaatgrens 16 A, maar een stopcontactkring blijft door de regel voor de leidingen beperkt tot de toepasselijke doorsnede.
Ontwerpen en documenteren
Met PlanElec kunt u leidingdoorsneden, beveiligingen, kringen en lengtes in de editor vastleggen, een PDF exporteren en een oriënterende zelfcheck uitvoeren. De tool helpt bij het structureren van gegevens en open punten. Ze is geen volledige dimensionering, geen AREI-conformiteitsattest en geen vervanging van metingen of een officiële keuring.